levensbeschouwelijk & persoonlijk oktober 2017

david rikkers

 

Kerk in banen

Onthullingen over seksontsporingen door werknemers van de Katholieke kerk leggen bloot dat de gangbare praktijk was de daders aan te pakken. Oog voor slachtoffers was er weinig. En koppeling naar Justitie bleef uit. Die seponeerde vaak in de overweging dat regelen jullie zelf maar. Maar de cultuur is seculier bijgesteld. Het burgerlijk bestuur gaat over strafzaken en let daarbij steeds meer op de benadeelden. Als kindervergrijp in het geding is stapelen de claims tot geldelijke genoegdoening zich snel torenhoog op. Door velen wordt het verplichte priestercelibaat als wortel van het kwaad aangewezen. Vastgestelde feiten binnen en buiten de kerk ondersteunen die bewering onvoldoende. Daarmee is de celibaatskwestie niet van de baan. Je beperkt met die regel het aantal kandidaten voor het priesterschap in onze tijd drastisch. Het vasthouden aan de koppeling priesterbaan en kuisbestaan stoelt bovendien op verouderde inzichten. Dat Jezus de ongehuwde staat zou hebben verlangd van zijn medewerkers is niet uit het Nieuwe Testament af te leiden. Buitenstaanders wijzen op de economische consequenties voor zo’n wijziging. Een priester alleen is goedkoper dan een getrouwde man met een gezin. Het celibaat hangt nauw samen met de kijk op de seksualiteit. Die is in de Katholieke kerk vanaf het begin nooit echt ontwikkeld laat staan meegegroeid. Door de machtspositie die de kerk eeuwenlang had kon die opvatting zich handhaven. Maar de tijden zijn sinds de vorige eeuw veranderd. Een nieuwe cultuur is de oude aan het verdrijven. Dat verklaart de ophef over de schandalen. Het draagvlak voor nieuwe zienswijzen verbreedt zich. Die verandering verloopt schoksgewijs en lang niet altijd in voorwaartse richting. Mensen zijn naast vooruitstrevend ook behoudend. Verandering schept onzekerheid. Iets wat de meesten niet willen. Als de kerk gedwongen in banen wordt geleid is er kans op meer priesterbanen in die kerk. [apr2010]

 

Welke religie?

In de Leidse Pieterskerk discussieerden studenten met Ayaan Hirsi Ali. Haar vroegere vriendje verklapte dat ze hem moslim had willen maken. Maar hij had gewonnen: zij was atheïst geworden en botste nu met jonge moslima’s die hun geloof met heel hun gevoel aanhangen zoals zij destijds. Mijn eigen verhaal over het katholicisme kan ik er naast leggen. Ben geen atheïst geworden maar vul mijn openheid naar het onkenbare op eigen manier in. Het etiket katholiek of christen heb ik geschrapt. Kijk ik naar de uitgangspunten van beide religies dan zie ik twee totaal verschillende boeken. Bijbel en Koran verschillen niet alleen cultureel. Oorsprong en opbouw verklaren twee andere werelden. De Bijbel groeide in vele eeuwen. De Koran kwam tot stand in nog geen halve eeuw. De bijbelse wijsheden in uiteenlopende schrijfstijlen overtreffen die van de Koran. De Koran prijst zichzelf aan als volmaakt boek wat het niet is en wat ook de Bijbel niet is. De historische tekstkritische benadering van de Bijbel is ook op de Koran van toepassing. In die zin loopt de Islam als religie achter op het Christendom. Verdere vergelijking van beide religies dient nergens toe. Volgelingen van Mohammed Mozes of Christus kunnen het best bij hun eigen houvast blijven. Wat ze niet moeten doen? Zichzelf als het best en enigst ware in de markt zetten. En onder elkaars duiven schieten. Het zijn relatieve hulpmiddelen door mensen bedacht. [apr2010]

 

Naar het Oosten

Betrap me erop dat ik iets met het oosten heb. Begrijp het als bijbelse invloed. Van kindsbeen aan ben ik vertrouwd met dit levensboek. Toen ik acht jaar was kreeg ik mijn eigen Bijbelse Geschiedenisboekje voor kinderen geschreven door de Montfortaan van Eyk en verlucht met vignetten en enkele kleurplaten. Klein formaat 20x14 schat ik. Halverwege het boekje waren in miniletters enkele psalmen afgedrukt. Ik wist van mijn naamgever David en dat hij ze geschreven had. Snapte er natuurlijk geen syllabe van maar beschouwde die bladzijden toch als mijn persoonlijke schat. Onbewust was David mijn grote voorbeeld. Daar kon ik later vast iets mee. Dat is gebleken! Bijbelstudie en schrijven bundelen mijn belangstelling. Zo sta ik nog altijd onder bijbelse invloed wat mijn fascinatie voor het oosten verheldert. Oost staat tegenover west. Kijken we uit naar het oosten omdat de zon daar opkomt het westen heeft iets gelatens omdat de zon daar ondergaat. Maar geen opgang zonder ondergang. Aan die kringloop zijn we gebonden. In het bijbels spraakgebruik heeft het oosten meestal een gunstige betekenis (de messias komt uit het oosten) en het westen vaker het tegenovergestelde (satan en de hel werden daar gesitueerd). Zo is Lucas 1,78 begrepen waar staat dat de opgang uit de hoge ons heeft beschenen. Wat gelijk gesteld wordt met Jesaja 4,2 waar je leest dat de spruit van jhwh tot versiering zal zijn voor de ontkomenen in Israel. Eigenlijk wat het levensgeheim laat ontspruiten op het land is er voor wie over zijn na de deportatie. In spruit van jhwh de messias zien ligt niet voor de hand. De gedachte aan een messias is wel heel menselijk. Wat je zelf niet kunt van god verwachten. Het oosten komt me sympathiek voor omdat het van jongsaf aan met het levensgeheim te maken heeft. Het paradijs lag in het oosten. De drie wijzen kwamen Jezus opzoeken omdat ze zijn ster in het oosten hadden gezien. En bij de communiegang op Hemelvaartsdag werd gezongen Zing voor de heer die in het oosten opstijgt naar de hoogste hemel. Het oosten voelt warm. Het westen kil. Niet alleen klimatologisch. Tegenstellingen zijn de nátuur ingebakken. Onze cúltuur selecteert en naar eigen appreciatie noemen we zaken goed en slecht. Toch zijn beide aspecten nodig. Het warme omvattende gevoel om te gedijen. Het kille scheidende verstand om vooruit te komen. Mijn voorkeur voor het oosten laat zien dat mijn verstand de overhand heeft en mijn behoefte aan gevoel groot is. De behoefte aan god mindert als het gevoel de toon zet. Want met je gevoel verken je god. Met je verstand maak je de omgeving leefbaar. [apr2010]

 

Inleven is vertaalslag

Als je een vreemde taal moet weergeven in het Nederlands vraagt dat om inleving van het taaleigene van die vreemde taal. Anders zet je woorden om. Omdat dit de makkelijkste manier is wordt het vaak gedaan en leidt soms tot verkeerd begrip. Maar beter iets verstaan dan helemaal niets. Een goed voorbeeld van verscheiden vertalingen is de Bijbel. Om de nauwkeurigheid veilig te stellen werd in het verleden de woord-voor-woord vertaling toegepast. Tegenwoordig is dat anders. De bedoeling van de schrijver komt ook beter in beeld omdat we meer afweten van zijn leefomstandigheden destijds. Mensen veranderen van binnenuit en van buitenaf. Dat weerspiegelt zich in hun taal. Het gaat mij hier niet om de taal maar om het inleven. Het je inleven in mensen is een vertaalslag. Vaak volstaan we met het woord-voor-woord begrijpen van wat een ander zegt. Dat volstaat in het dagelijks verkeer. Wil je precies weten wat een ander bedoelt dan moet je doorvragen. We verzwijgen veel omdat we teveel veronderstellen of omdat we niet alles vertellen. Dezelfde woorden zeggen vaak iets anders. Goed luisteren vraagt tijd. Snelle conclusies slaan de plank vaak mis. Je inleven in de ander is geduldig zijn. De ander zal dat waarderen en nog meer prijsgeven van zichzelf. [apr2010]

 

Vreugde (Johannes 15,13)

Goter liefde heeft niemand dan wie zichzelf inzet voor zijn vrienden lees ik bij Johannes 15,13. Die woorden legt de evangelist Jeesjoea in de mond op de avond van zijn arrestatie. Ze worden begrepen van de dood die hij voor het mensdom onderging. Een vroege conclusie van christenen. De tekst is wijder en slaat op mensen. De samenhang betrekt er andere begrippen bij als vreugde wat weer verwant is aan lieftalligheid en genoegen. Jeesjoea wordt afgetekend als icoon. Het voorbeeld wat we ons voor ogen kunnen houden bij wat we zelf moeten aanpakken. Heb elkaar lief zoals ik jullie deed is de opgaaf. Dan blijf je met elkaar verbonden. En die verbinding breekt alle barrières. De obstakels naar elkaar maar ook de belemmering om het geheim van het leven te doorgronden. Met je verstand loop je tegen muren op. Met het gevoel van je hart spring je er overheen. Dat is geen slap gevoel. Je moet de charme zelf aanmaken. Zoals een vrouw zich opmaakt. Dan blijft mijn vreugde in jullie en wordt vol. Vreugde gewekt door het voorbeeldplaatje en als gevolg van inzet. Iedereen kent het. Met de liefde groeit de vreugde. Liefde die niet rekent maar gratis geeft. Waar je helemaal achter staat. Dat schept vreugde zoals een kunstenaar blij wordt van wat hij schept. Jezelf inzetten is iets creatiefs wat vreugde uitkeert. [mei2010]

 

Geen dode letter (Romeinen 7,6)

In onze dagen evengoed als in voorbije jaren en eeuwen knokken mensen met een onverzoenlijke tegenstelling: geest en materie. De geest fladdert vrij rond. De materie is plaatsgebonden. Met de geest kun je alle kanten uit. Materie is beknot tot zijn eigenschappen. Paulus de belangrijkste pilaar van het christendom gaat uitgebreid in op die tegenstelling. Hij plaatst als Jood de geest (die Jeesjoea voorstond) tegenover de (materiële) letter van de Tora. De Joodse Schrift die als leidraad voor het leven werd beschouwd was in zijn visie door Jeesjoea opengetrokken en doortrokken met geest van god. Dat was niet zo maar een idee. Jeesjoea had het met zijn leven bekrachtigd. Hij leefde niet alleen naar wat hij verkondigde maar liet er het leven voor. Dat was voor de antieke mens als Paulus voldoende. Wie zo in het leven stond moest wel van god komen en in goddelijk leven delen. Wij denken steeds minder in zulke termen. Wij beperken ons spreken tot wat bevatbaar is. Het grote onbekende laten we liever geheim. Daar kun je niks mee. Toch kunnen ook wij er niet onderuit dat we voortdurend te maken hebben met de geest. We hebben tenslotte bewustzijn wat het ook mag zijn. Daarmee overstijgen we de materie waar we met handen en voeten aan gekluisterd zijn. Met die geest zijn we scheppend bezig. We geven zin aan processen in en buiten onszelf. Daardoor creëren we onze menselijke wereld. Duidelijk afgebakend van de natuurlijke wereld om ons heen. Wij maken er deel van uit maar onttrekken ons er voortdurend aan. Het is niet vreemd dat onze ideeën botsen met de natuurlijke omgeving waarin we toeven. Er zijn filosofen die pleiten voor zoveel mogelijk aansluiting op de natuur. Anderen stellen de zelfbedachte cultuur voorop. Mensen doen wat ze doen en komen meestal uit op een beetje van dit en een beetje van dat. Een mengvorm. We kunnen niet zonder materie. Maar als die de dienst uitmaakt ervaren we dat als letterknechterij. We willen loskomen van de grond waarop we staan. De geest is daartoe in staat. Die kijkt verder dan de stof. Dit principe verleidt wetenschappers tot gewaagde werkhypothesen. En filosofen tot veronderstellingen die niet uit de materie gehaald kunnen worden. Zoals opstaan uit de dood of herschepping. We kunnen dat niet vaststellen voor na de dood. We kunnen het wel als leidraad in dit leven gebruiken. Zo bedoelde Jeesjoea de Tora van zijn landgenoten van geest te doorwaaien zodat ze niet meer aan de letter van hun levenswet vast zouden zitten maar vrij konden zijn die letter zonder beperking voor het hier en nu in te kunnen zetten. Daar hebben ook wij nog steeds mee van doen. [mei2010]

 

Voorlopig

Alles is voorlopig. Daar kom ik wat laat achter. In een naïef enthousiasme sprong ik rond tot het springen me verging en het lichaam zijn normale reacties begon te verliezen. Heb een karig leven gehad maar dat beviel me wel. Heb niet het gevoel dat ik een kneusje ben ofschoon ik mijn leven lang aan het inlopen ben. Had als kind een oude geest. Steeds maar weer groot willen worden. Maar toch ook kind zijn. Was vroeg schoolrijp maar mijn vader hield dat tegen (dat leer je op school was zijn vaste antwoord op mijn vraag of hij me wilde leren schrijven). Ben dus schools opgevoed. Mijn handen stonden eigenlijk verkeerd (bibberig handschrift en handarbeid en tekenen lukte me maar matig). Ik moest het van mijn denken hebben. En dat deed ik dan ook ruimschoots. Zat altijd met boeken en tijdschriften te klooien. Ik las niets maar bekeek de foto’s en afbeeldingen intens. Fantaseerde daar over na. Ik was eigenlijk een dromer en fantast maar dat kwam er niet echt uit. Was een zijlijner die observeerde met een dromerige blik. Wat ik deed paste in het geheel en viel nauwelijks op. Glipte tussen de mazen door. Ik had de goodwill van de meesten om me heen. Werd het me te bar dan schoot mijn onvermogen te hulp en nokte ik af. Ik decompenseerde snel stelde een neuroloog later vast. Daardoor bereikte ik niet echt wat en bleef ik hangen in dienstbaarheid waarin ik goed was. Aan het eind van mijn leven stel ik die conclusie zonder rancune afgunst of minderwaardigheid. Het is zoals het was. En het is bovendien nog voorlopig. [okt2016]

 

Vermeerstraat ging neer

Een milde schok trok door me heen toen ik op het internet een foto zag van de straat van mijn jeugd in Den Haag. Nu nog een kale vlakte. Daar op die stoep reed ik in een half afgezaagde kinderstoel achterstevoren voor ons huis. Een portiek woning in een vierkant blok begin jaren twintig vorige eeuw neergezet door het Nut. Het waren betere woningen dan die van de oude Schildersbuurt zuidelijk van spoorstation Hollandse Spoor. Bedoeld als betere buurt (Huygenspark) maar door de Gemeente overgelaten aan particulieren die op het laagveen slechte huizen neerzetten waarin de wantsen weelderig tierden en de muren doortrokken waren van vocht. Daar bracht ik in de van Mierissstraat 70 mijn eerste levensjaar door maar verhuisde abrupt toen een groot schilderij van het Laatste Avondmaal in mijn wieg kantelde. Toen kwam ik vier jaar in het Hof (Mijtenstraat 42) tot pappa moeder Gerard en ik in 1938 wat meters verderop aan de Vermeerstraat 46 verschoven (meer zon). Met onderbrekingen verbleef ik er tot ik in 1963 met Dorine een eigen nestje bouwde op kamers in Heemstede. Daar woonden we tot 1966. Toen kochten we een flatje in De Bilt. Dertien jaar later bereikten we onze eindbestemming: we bouwden zelf in Meijel. Een milde schok trok door me heen omdat ik alles wat me in de Vermeerstraat boeide op de Meijelse Krum terugvind. De stad had op mijn dertiende al afgedaan. Het Limburgse Arcen zonder bestrating onder de voeten waar ik op college ging won van het plaveisel. Bovendien vergeleek ik al eerder de afmetingen van de kamers. De huiskamer aan de Vermeerstraat besloeg maar 14m² terwijl die aan de Krum ruim 25m² innam. Kreeg de huiskamer aan de Vermeerstraat alleen ’s avonds door een raam laat zon uit het westen. Krum 14 wordt van drie kanten de hele dag beschenen. Lange tijd kon ik niet meer in die huiskamer vertoeven. Sinds 25 nov 2011 kan dat weer omdat het cva bij Dorine een knop omdraaide. [okt2016]

 

Deze webpagina wordt begin feb apr jun aug okt dec ververst

Oude stukjes v.a. 2004 zijn opvraagbaar abba@davidrikkers.nl