levensbeschouwelijk & persoonlijk juni 2017

david rikkers

 

Innigheid

Het is Hemelvaartsdag en naast zon drijven verdwijnwolkjes binnen. Heb het altijd een bijzonder feest gevonden net als Transfiguratie. Zo heel duidelijk onaards. Het hemelse breekt plastisch door. Op de Tabor wordt Jezus even getransformeerd. Op de Olijfberg geschept door een wolk. Opgetild staat er en een wolk belette de apostelen hem verder met de ogen te volgen. Een ontrukkingsverhaal weten we inmiddels maar zo beleefde ik het niet. Eeuwenlang hebben kunstenaars het voorgeschilderd. Hun doeken gaan langer mee dan de preken die hetzelfde vertelden. Op dezelfde manier komt de heer terug. In Pinksterkringen nog altijd barre realiteit. Wij zoeken naar wat de auteur van dit verhaal wilde overbrengen. Na goedevrijdag is het realiteitsgehalte van de verhalen over Jezus op. Het worden fantastische uitbeeldingen van wat er met de leerlingen gebeurde. Maar zo dat de heer centraal blijft staan. Geen Jezus die de dorpen afgaat met een groepje ongeregeld maar een hemelse heer die instrueert. Lucas heeft dat in perioden gebald om de afbouw naar de tijd zonder Jezus geleidelijk te laten verlopen. Jezus nam afscheid van de zijnen en beloofde terug te komen. Dat laatste doet hij niet zelf maar twee troostende boodschappers. Ze gaan biddend in conclaaf de getrouwen en op Pinksteren treedt de eerste paus naar buiten. Zo zien we het graag maar gebeurde het niet. Volgens het verhaal wordt de geest van Jezus vaardig over enkele van hen wat aanstekelijk werkte. Een beweging ontstaat met als kenmerk innigheid. Juist waar Jezus voor stond binnen de joodse godsbeleving. Na jaren gaat Saulus van Tarsus ermee aan de haal en wordt de kern uitgebouwd tot wereldreligie. Ook waardevol maar anders. Jezus staat voor verinnerlijking. De godsverhouding ontspringt van binnen in het individu maar zoekt zijn weg naar buiten in de ander waar het zijn voltooiing vindt. Het lijkt prozaïsch maar is poëzie van het hart. De bijbelse beelden tekenen een landschap zoals muziek dat doet. Het is een opstapje niet de godsbeleving zelf. [mei2009]

 

God en of Satan

Angst voor god en of satan brokkelt in het zelfbewuste westen af al sijpelt door een ruime import van Aziaten en Afrikanen veel van het oude bijgeloof toch weer binnen. De gevoeligheid voor rituelen die het onbenoembare hanteerbaar maken groeit aan. Niet bij ouderen maar juist onder de jeugd. God was dood wisten we in de zestiger jaren van de vorige eeuw. Maar dat was in het hoofd. Niet in het hart. En het ging om een cluster van godsvoorstellingen hier in het westen van christelijke signatuur. Zo heel vreemd was dat niet want de eeuwen door is dat beeld door mystici omver getrokken. God was in hun ogen de onken- en onbenoembare. Het niets. Maar toch werkelijk. Juist in de mens zelf. Wie alle diepte uit kosmos en mens wegdenkt gaat buiten zijn boekje en wordt zelf onbegrijpelijk. Tenzij die excercitie uitdrukking is van het niet-weten. Hoe het ook zij het gaat mensen om de verheldering die ze zoeken voor hun eigen bestaan. De vaak grimmige god uit oudjoodse verhalen kreeg in het christendom lieve trekken. De Ene van de joden werd in drieën gesplitst: vader zoon en geest. Maar wie was nu onzelieveheer? Bijbel en uitleg van die bijbel was allemaal theologie. Dat wil zeggen stamelen over iets waar je niets vanaf weet. Toen niet en nog niet. We zouden ermee op willen houden maar doen dat niet. En met reden. De werkelijkheid om ons heen geeft ons geen inzicht in het bestaan. Wel hebben mensen een manier gevonden er zinnig mee om te gaan. Het gemis aan weten wordt opgevangen door toewijding. Je kunt het leven wat je hebt en om je heen waarneemt met liefde omarmen. De natuur nodigt ons daar al toe uit in de aantrekking van de geslachten. Dat gaat verder dan de soort in stand houden. Seksualiteit staat aan de basis van theologie. Het zin geven aan je leven. Traditiegetrouw noemen we dat leer over god. Dat zet menigeen op het verkeerde been. Er is geen echte leer over god zoals psychologie leer over de menselijke geest is. Met god wordt een geheim benoemd. Het levensgeheim waar we nooit met het verstand achter komen. Theologie is de vergaarbak van probeersels om daarmee om te gaan. Naast god duikt ook satan als zijn tegenpool op. Want er is naast goed ook slecht in de wereld. Uiteenlopende stelsels filosofisch bedacht en praktisch in rituelen uitgewerkt melden zich daarvoor. Religies binden samen in groepsverband om elkaar tot steun te zijn. Zo komen we aan de systemen waarin mensen samen leren omgaan met het levensgeheim. Vroeger werd dat meestal letterlijk opgevat alsof het hiernamaals uit een lokale hemel en hel bestond. Tegenwoordig zijn we voorzichtiger geworden omdat we begrijpen dat zelf bedachte voorstellingen daarmee nog niet bestaan. Niet om het hiernamaals gaat het maar om het hier en nu. Niet om god gaat het maar om ons. Voor de rest mogen we hopen. In dit leven is het zinnig je toe te vertrouwen aan het leven en zo van het leven te genieten. Zo kun je zonder inzicht in wat je te wachten staat je ook toevertrouwen aan het eind van dit leven. In beide gevallen kun je mokkend tegenstribbelen of je opgewekt overgeven. De laatste manier past beter bij het leven: je voegen naar de verwachtingen om je heen. Je laten inmetselen in het grote gebouw zonder inzage in het plan. Wie daarbij het fantasiesteuntje van bepaalde invullingen nodig heeft zijn geen bedreiging voor mijn eigen karige voorstelling. Ik gun ieder zijn eigen gang door het leven. Niet kibbelen maar liefhebben. [jan2010]

 

Naar buiten brengen

Problemen in je hoofd vragen om naar buiten te worden gebracht. Je uiten is onmisbaar om evenwichtig door het leven te komen. Dat is naar ik aanvoel de reden van bidden. Niet het populair vragen aan god om waar jezelf niet voor kunt zorgen. Nee het uiten van wat in je omgaat. Psalmisten in het oude jodendom lieten een schat van liederen na die als gebeden gezongen werden. Lofprijzingen in de eerste plaats. Maar de grootste groep vormen de smekingen. Begrijpelijk omdat de behoefte je te uiten het hoogst is als je in nood verkeert. Dit formulegebed is een gezichtsbepalende rol gaan spelen in de verschillende liturgieën die op het joodse erfgoed zijn geënt. Benedictus de vader van de godgewijden in het westen nam een oudere regeling over die het Psalter met zijn 150 gebeden als structuur nam voor het staan voor god van zijn monniken. Tot in onze dagen reciteren monniken de oude psalmen. En ook in de Romeinse misliturgie worden de lezingen afgewisseld met psalmzang. Sinds de invoering van de landstaal (1964) lijkt dat minder geworden al parafraseren veel liederen psalmteksten. De evangelist Lucas had geschreven dat alles wat in de oude schrift van Mozes Profeten en Psalmen over de messias was geschreven in vervuling moest gaan. Het actualiseren van de schrift wordt aangewakkerd door die teksten in de hoofden van mensen te laten zingen. Het gaat om gedrag van mensen onderling. Mensen brengen een nieuwe wereld tot stand die dwars door de bestaande verhoudingen heendringt. Daarin neemt een handvol mensen het voortouw zoals altijd bij iets wat moeite kost. Maar het is er voor iedereen. Het is een verdieping van het leven. En het doordesemt alles wat je onderneemt. Daarvoor moet je wel ruimte maken. Ruimte in je hoofd. Zeker in onze overvolle tijd. We zijn bijna altijd bezig. Er zijn allerhand methoden om je te onthaasten en leeg te maken. Als het maar gebeurt. In de stilte die je schept kun je bij jezelf komen. Vanuit die diepte leg je eigen prioriteiten en word je op den duur minder geleefd door wat anderen van je verwachten. Dat geeft rust in hoofd en handen. Je uiten in vaste teksten helpt daar bij. [jan2010]

 

Afgedaald

Je kunt god beleven in alles om je heen. Niet de volmaakte god van de traditie maar de gebrekkige mens die je aankijkt. Onder vier ogen het beste bij elkaar naar boven halen. Samen kunnen we gods beeld scheppen omdat we net als Jezus uit het geheim zijn afgedaald. Dat vermogen bezitten we maar kunnen er niet altijd naar handelen. De maatschappij wordt bij mekaar gehouden door afspraken en regels. Die sluiten niet altijd aan bij wat we zelf wensen. We sluiten aan de lopende band compromissen. Tussenoplossingen van geven en nemen. Dat vraagt van ons een andere houding. Je moet opletten en opkomen voor je eigen belang. Tussen die twee levenshoudingen van openstaan voor de ander en hem afhouden schommel je heel je leven. Op den duur kom je er achter dat je met openheid meer bereikt op het persoonlijke vlak en vaak ook op het materiële. Dat moet jezelf uitvissen. Dat er meer speelt dan wat ogenschijnlijk aan de orde is kun je weten door kennis te nemen van de geestelijke waarden die door de eeuwen heen zijn opgetast in musea en bibliotheken en uitgevent worden door religies en filosofische groeperingen. Die wijzen je op je hogere komaf. Overtuigend of niet het geeft te denken. En dat is goed voor mensen. We zijn aangelegd om over onszelf na te denken en daaruit consequenties te trekken voor het dagelijks leven. Daar wordt niemand slechter van. [jan2010 ]

 

Fantastische werkelijkheid

Als je globaal de evangelies in de bijbel voor de geest haalt valt me op dat er twee soorten verhalen in voorkomen. Een met een hoog realiteitsgehalte en een ander waarin de fantasie vrij spel heeft. Het uitgebreide verslag over lijden en dood van Jezus van Nazaret naast anekdotisch opgetekende voorvallen. Het oude lijdensverhaal (de passie van Jezus) vormt het uitgangspunt van de boodschap. Die wordt uitgewerkt in een fragmentarische terugblik. Een graad van werkelijkheid ontbreekt ook hier niet. Dat is wel het geval met de toegevoegde kerst- en paasverhalen. Daarin wordt historiserend verteld. Niet om feiten aan te dragen maar om een bedoeling vorm te geven. In alle gevallen gaat het niet om koele berichtgeving over wat gebeurd is. De informatie dient als onderricht (Lucas 1,4). Dat onderwijs betreft de inwijding in een geheim het levensgeheim. De oude vraag nieuw beantwoord vanuit het leven van een uitzonderlijke profeet. Paulus en Johannes werken dat ieder anders uit. Maar ook Marcus Matteüs en Lucas beogen die onderlaag. Fantasie wordt niet minder maar juist hoger gewaardeerd dan de werkelijkheid. In een fantastische vormgeving kun je tenminste omgaan met de onkenbare realiteit. Dat is wat de leerlingen zich eigen moeten maken. Die andere kijk op de werkelijkheid. De gelovige blik kijkt onder de alledaagsheid van het bestaan. Ze meent daar iets groters te bespeuren. Het is geen scherp zien maar vaag vermoeden. Wat richting geeft aan je leven. [feb2010]

 

Sublimering

Freuds ombuiging van oerdriften naar gewenste impulsen werkt nog altijd. Met wat improvisatie kun je de kar de andere kant op laten trekken. Het is mensen eigen de fantasie in te schakelen bij het vinden van oplossingen. Wie alleen zijn verstand gebruikt vecht tegen de computer en schuifelt waar hij kan sprinten. Grote ontdekkingen zijn gedaan met gewaagde veronderstellingen. Het is dus goed je voorstellingsvermogen te laten draaien om vooruit te kunnen. Op alle gebied gaat dat op. Religies zijn daar altijd kanjers in geweest. Rationalisten doen er soms meewarig over. Andersom ziet de wereld er armoedig uit als je strak rationeel denkt. Er is vast meer. De neiging is er om wat je niet kunt vatten met hand en verstand te bagatelliseren. Die neiging verklein je als je bedenkt dat veel geluksmomenten afhangen van ongrijpbare factoren tussen mensen. Op psychisch vlak gebeurt meer dan we vermoeden. Je kunt er je voordeel mee doen. Het leven wordt aangenamer zelfs vrolijker als je ruimer denkt. Kijk naar echt gelovige mensen. Blijheid tilt ze boven de alledaagse moeiten uit. Hun geloofsinhoud mag onjuist zijn hun geloof werkt. De pretentie van oude religies mag te hoog gegrepen zijn hun aanpak gaf miljoenen mensen een zinvol bestaan. De rationele vooruitgang heeft materiële welvaart gebracht. Geestelijk welzijn moet uit een andere koker komen. Daar zijn we na jaren van optimisme wel achter. Ook daar kun je aan werken. Niet met je handen maar met je geest. Materie is om te buigen door het anders te beleven. Er is meer uit een snee brood te halen als je het aandachtig eet. Doffe relaties zijn met aandacht voor elkaar op te poetsen. Grauwe buurten kun je opvrolijken door er attent in te bewegen. Primaire driften kun je bijstellen voor een nobel doel. Dat heet sublimering. Het kost jezelf moeite maar geeft jezelf en anderen veel terug. [feb2010]

 

Het stille lijden

Voor stichters van een nieuw klooster wees de overste tot de jaren zestig van de vorige eeuw gewoon mensen aan. Hij deed dat na raadpleging van enkele verstandige mannen die hij deels zelf koos en deels uit het convent waren gekozen. Maar de abt besliste in een klooster wie ging en wie bleef in het klooster van zijn intrede. Zo gebeurde maandagochtend 9 februari 1948. Twee jonge monniken gaan onder begeleiding van Louis Janssen na de Metten Lauden en Priem (de ochtendgebeden vanaf 05:00) stevig ontbijten. De rest van het convent vast als voorbereiding op het feest van Benedictus zus Scholastica (een oud gebruik daags tevoren te vasten voor een feestdag). Als de twee zijn uitgebunkerd zoeken ze in de kloostergang hun zware koffers op. Ze worden opgewacht door het Noviciaat (waar de jonge aanwas zich in bevindt) en nemen hartelijk afscheid van elkaar. Voor sommigen is dat extra zwaar. Zeker voor de twee achterblijvende broers van Winkel. Michel vertrok. Naar wat Gerard Helwig me in 2011 toevertrouwde kon Michel van Winkel niet aarden op de Slangenburg. Helwig vond het ook niet fijn de dag na zijn priesterwijding te worden uitgezonden. Met beide had ik wat. Michel van Winkel kende ik maar kort. Hij kwam in 1948 en vertrok weer in 1955. Ik kwam dec 1953 en twee jaar later ging Michel. Hij was tien jaar ouder dan ik en is in 2011 overleden (88jr) toen ik daar voor het laatst was en met abt Rien van den Heuvel en Gerard Helwig de 66e dies natalis van de stichting meevierde. Herinner me Michel als Sinterklaas op een schimmel waar hij uren op oefende en naar het Kasteel galoppeerde en ik er als zwarte Piet op de fiets bij Dick Schretlen achteraan. Michel en Gerard Helwig waren onafscheidelijk als techneuten in de machinekamer waar Deutz en Petter de stroom opwekten. Michel was cantor en had een mooi stemgeluid waaruit veel gevoel sprak. Beide waren erg actief op de bouw van het klooster. Michel sprak mij en Jan de Witte (beide novicen) aan vóór de grote paasnachtwake. Hij was er vol van maar mocht niet met de novicen spreken. Ik waardeerde dat dubbel! De begeleider van Oosterhout naar Slangenburg Louis Janssen was ook kroniekschrijver en herinnerde zich de weemoed die hem parten speelde toen hij bij de tweede lichting op 8 juli 1946 afreisde. [aug2016]

 

Eind 1947.

De laatste dag van 1947 op Slangenburg. Het klooster moest nog worden gebouwd. De monniken woonden op het kasteel. De abt moest nog worden gemaakt (1954) maar Prior was Kees Tholens en zijn rechterhand Piet van den Biesen hield als kellenaar de hand op de knip. Er werd heel sober geleefd al bewoonden ze een kasteel. Het land verkeerde na de oorlog in wederopbouw. In de keuken wordt naar Oosterhouts model maar vervaardigd in eigen werkplaats een grote tafel geplaatst (die nog altijd als gastentafel en middentafel de refter siert). Met kerst is een gesneden adelaar (door broeder Henri Boelaars) in gebruik genomen voor de Cantores. In afwachting van een gietijzeren onderstel wordt ie op een zuiltje geplaatst. Alles wat het afgelopen jaar is gepasseerd wordt in rap tempo door Piet van den Biesen op de kamer van Prior Kees Tholens in het bijzijn van alle leden van het convent doorgenomen. Opvallend is de dankbaarheid die geuit wordt door kellenaar en prior en middels de kronikeur door allen. Dankbaarheid tegenover god en tegenover de personen die het betreffen. Ik herinner me uit mijn eigen tijd die ik er doorbracht (1953-1962) dat de stichtende woordjes van Kees Tholens doordrenkt waren van dank aan god terwijl de mensen die er hun best voor hadden gedaan er eigenlijk maar bijhingen. Nu vind ik dat een vreemde figuur maar zelf dacht ik toen ook zo. Het was de tijdgeest binnen een bepaalde groep. Je wist als jongere niet beter en de ouderen ook niet. Maar als de tijd voortgaat wordt die vanzelfsprekendheid aanvechtbaar. Ik zag dat al vroeg aankomen en trok de kloosterpoort achter me dicht. Nam mezelf wel mee die andere wereld in. Daar ontkwam ik niet aan een volgende stap. Verwijderde me van de catholica naar de meer piëtistisch (quiëtistische) stroming binnen het protestantisme maar na enkele jaren keerde ik terug naar de wetenschappelijke benadering van de bijbel als basis voor mijn levensbeschouwing. Die typeert zich door onwetendheid en tevredenheid en welwillendheid naar iedereen die er anders over denkt. Een flinke schep humor houdt het nat.[aug2016]

 

Deze webpagina wordt begin feb apr jun aug okt dec ververst.

Oude stukjes v.a. 2004 zijn opvraagbaar abba@davidrikkers.nl