levensbeschouwelijk & persoonlijk april 2017

david rikkers

 

God van geduld

In de Lijdenstijd voor Pasen gaat het om lijden. De Passies worden van zolder gehaald en steeds fraaier vertolkt. Onze emoties worden bespeeld. Esthetisch geroerd worden hoort erbij in het voorjaar. Bijna los hiervan staat het echte lijden wat iedereen ook ondergaat. Als het meezit het zuur vooral aan het eind nadat je ruim het zoet hebt genoten. Maar sommigen is zelfs dat niet gegund. Ze worstelen zich door het leven en mogen blij zijn als het niet al te lang hoeft te duren. Het ritueel consumeren van lijdensmuziek helpt je niet direct in je nood. Toch ben ik blij met deze periode in het jaar. Uitgangspunt daarvoor is geweest het schriftelijk optekenen van de laatste dagen van Jezus de joodse profeet aan het begin van onze jaartelling. Aan die verhalen zijn de instructies gehangen die jonge christenen moesten weten over hun guru Jezus. Als een levensbeschrijving zijn ze voor dat passieverhaal geplaatst en wij kennen ze als evangelie (goed nieuws). Eeuwenlang is christenen ingeprent op te zien naar die Jezus als mensgeworden god. In onze tijd is geloof in god zoals dat steeds is aangevoeld aan het verdampen. Niet omdat mensen daar minder behoefte aan zouden hebben maar omdat ons wetenschappelijk wereldbeeld de mythische verklaringen van de werkelijkheid tot sprookjes degradeert. Je kunt niet voortdurend schakelen tussen het moderne wereldbeeld en het antieke. Als we het goede van vroeger willen behouden zullen we het anders moeten aankleden. Knap wie dat kan. Kom veel probeersels tegen waar iets in zit maar te weinig. Voorzichtig met het erfgoed omgaan is een eerste vereiste. Een tweede en even belangrijk: durven scheppen. Wat ik aan vernieuwing zie doet me denken aan Back to the Sixties. In dit geval Terug naar Trente. Terwijl mondiaal vrije theologen de boodschap van het christendom omdenken houden leiders in de kerk de deur dicht. De gevel geven ze een goeie beurt maar van binnen wordt geen stoel verplaatst. Dit consistente gedrag wordt door velen toegejuicht. Het biedt houvast. Terwijl de meesten van ons allang weten dat houvast een proces in ons hoofd is wat niet gedekt hoeft te worden door instanties die geloofsopvattingen in exploitatie nemen. Het echte lijden kun je niet ontlopen. Je pakt alles aan wat de pijn verzacht. Pijnstillers. Geestelijke nood verdringen met een blik op het kruis kan helpen maar voor westerse mensen wordt dat steeds moeilijker. Heeft Pasen en het lijdensverhaal van Jezus dan zijn tijd gehad? Ik denk dat het pas werkt vanuit onszelf in relatie met mensen om ons heen. Jezus of beter nog de christus is een icoon aan de muur. Een lijst waarin ons eigen lijden past. Eenmaal per jaar worden we uitdrukkelijk uitgenodigd onze sores in dat kader te plaatsen. De ervaring leert dat het helpt je geduldig te maken. Geduldig als god zoals we hem uit de schriften kennen en dagelijks ondervinden. Hij komt niet tussenbeide. Dat is geen bewijs dat er geen oorsprong is maar dat die geheim is. Hèt geheim. Geduld hebben we nodig om bij mekaar te schuilen. Zeker als we ook nog eens geteisterd worden door lichamelijke en geestelijke kwalen. De moed om verder te gaan putten we uit onszelf wat gedragen wordt door het geheim. [mrt2009]

 

Meerduidigheid van leven

Pasen rukt op. Onstuimig zoals maart gewoon is. Zwaar weer zoals op Golgota. Want pasen is meer dan zon en nieuw leven. Strijd gaat eraan vooraf. Passiemuziek zwaar aan melancholie om dingen die voorbij zijn. Ik schets een sfeer want Pasen heeft met gevoel te maken. Het gevoel van voorjaar lente ligt aan de wortel van het feest. Daar overheen kwam de eerste culturele overschildering door de Joden met hun exodusverhaal uit Egypte naar nieuw land. Volgelingen van de messiasprofeet Jeesjoea pasten dit toe op hun man. Zijn onverwacht sterven gaven ze betekenis door het te houden tegen dit verhaal van transitus: doorgang van slavenhuis naar eigen bodem. Van dood naar leven. Hij is waarlijk opgestaan riepen ze elkaar bemoedigend toe. Want ze voelden hem aanwezig als ze bij mekaar kwamen. Soms al met drie of twee. Het christelijk concept voor het leven is een verrijzenisgeloof. Geloof in opstanding altijd weer. Hoe somber de vooruitzichten ook zijn er is ontsnapping zelfs uit de dood. Dat is geloof (een veronderstelling) want bewijzen kun je het niet. Maar het werkte. In het begin en nog altijd als je er voor openstaat. Het is geen must. Je kunt bij de natuurlijke basis blijven en levenslust putten op de cadans van het weer wat bepaald wordt door de zon. Anderen overstijgen het lijden vanuit zichzelf. Die weg staat dicht bij het levensgevoel van vandaag. Het een hoeft het ander niet uit te sluiten. We zijn veranderende mensen en gedragen ons daarnaar. We wisselen van standpunt en overtuiging. Wat meeverandert is een gevoeld besef van gedragen worden. De meeste mensen hebben dat en geven er vorm aan door zich bij een groep gelijkgezinden aan te sluiten. Dat religieus samenklonteren is in het Avondland sterk afgenomen terwijl economische en culturele banden juist zijn aangetrokken. Het diepe gevoel van wat je nooit hard kunt krijgen over de zin van je bestaan zit in een crisis. Maar niet meer dan dat. De antieke vormen en normen staan tegen. Overeind blijft wat Paulus ooit formuleerde als wie de geest van god niet in zich heeft begrijpt niets van god (1Korintiërs 2,14vv). Het probleem van vandaag is dat mensen los van de traditionele kanalen onvoldoende aangezet worden de grond van hun bestaan boven water te houden. Nogmaals dat is een inzicht op basis van veronderstelling en niet op grond van nauwkeurig vastgestelde feitelijkheid die het leven aangenaam maakt omdat het zin geeft. Dat kun je doen in joods christelijk islamitische of boeddhistische setting. Met onze christelijke wortels is die richting het makkelijkst. Aanlengen met elementen uit andere tradities kan verrijken. Leven is meerduidig juist omdat de kern geheim is. Leren leven met dat geheim daar gaat het om.[mrt2009]

 

Welke werkelijkheid verbeeld?

Urbi et Orbi wond paus Benedictus XVI er Pasen 2009 geen doekjes om: de heer is echt opgestaan. Het graf was leeg. Als er iets in de evangelieberichten twijfelachtig is dan piekt het lege graf bovenaan. Nee stelt de opperherder de verrijzenis is een unieke gebeurtenis. Jezus heeft een nieuwe weg gebaand tussen hemel en aarde. Wie er anders over denken zijn materialisten nihilisten of agnosten die niet verder kijken dan de ogen van de wetenschap. Hun kijk op de wereld trekt zich uiteindelijk terug in een sfeer van leegte waarvan men gelooft dat dit ook de uiteindelijke bestemming van de mens is. Waar de paus opkomt voor meer dan materie zullen velen hem bijvallen. Waar hij afrekent met wie er een mythe droom visioen utopie of sprookje in zien wordt hij irreëel en ongeloofwaardig. De werkelijkheid van een mythe of sprookje is een andere dan de historische die in jaartallen en potscherven waarneembaar is. De niet-historische werkelijkheid is die van de geest die even vol aanwezig is onder mensen als de journaalwerkelijkheid. Die geestelijke realiteit kun je niet opkloppen tot tastbare werkelijkheid. Andersom kan wel: realiteit verdichten tot mythe. Dat weet Joseph Ratzinger als ieder ander maar wil er niet aan. Aan het hoofd van het bestuur van de Katholieke Kerk houdt hij zich aan het eeuwenlang volgehouden beleid van geen substantiële veranderingen. Voor wie een verhaal doorziet is duidelijk dat de berichten over leeg graf, verschijningen van engelen en opgestane heer literaire verbeelding zijn. Verbeelding niet van wat bedacht is maar van een geestelijke werkelijkheid: de heer is opgestaan in zijn volgelingen. Dat is wel zicht- en tastbaar. En dat is geen sprookje.[apr2009]

 

Islamisering

In de stoel bij Andries Knevel oreerde Geert Wilders de EO-directeur onder tafel. Niet op punten maar door knock-out. Knevel scoorde met argumenten. Wilders met onverstoord mokeren op hetzelfde aambeeld. De islam hoort hier niet thuis. Hoe meer islamieten zich hier vestigen hoe meer invloed die ideologie krijgt. Want islam is agressief en democratie kwetsbaar. Adolf Hitler pakte het jodenvraagstuk in de dertigerjaren vorige eeuw even gewiekst aan. Nu zijn islamieten een probleem in veel westerse landen. Waar Hitler de fysieke uitroeiing van ongewenste bevolkingsgroepen doorvoerde valt Wilders alleen de ideologie aan. Maar daarin dramt hij methodisch net zo door als voorgangers gelijk Janmaat en Fortuyn. Het schreeuwerig opkomen voor eigen cultuur hebben ze met elkaar gemeen. De joodse christelijke en islamitische ideologie verschillen in diepte. In de rustige beleving door miljoenen mensen zijn ze waardevol. Dat extremisten zich bedienen van religies is de geschiedenis door bij herhaling voorgekomen. Het christelijk strafblad vult bibliotheken. Vrijheid van meningsuiting is goed maar elkaar ontzien beter. Niet angstig maar relativerend. Wie mensen aankijkt respecteert hun eigenheid. Wie zijn geboortegrond verlaat om zich in een andere cultuur te nestelen kan zijn klompen beter aan de voordeur spijkeren en de burka boven het bed. Wie emigreert geeft veel op en neemt veel op. Anders moet je er niet aan beginnen. Naast kerken en synagogen zijn moskeeën even normaal als eethuisjes van Chinezen Indonesiërs Italianen Antilianen Surinamers Grieken Tailanders Vietnamezen…[dec2009]

 

Gedragen

Het hangt niet van mijn inspanning af of mijn leven slaagt hoor ik Erik Borgman zeggen in zijn essay Wortelen in vaste grond. Las het met instemming maar vond het toch onnodig ingewikkeld. Het optimisme wat christenen soms uitdragen prik je makkelijk door. Vervallen in pessimisme is het laatste wat ik wil. Hoe zit het dan? Borgman wijst op de bron Jezus als openbaring van de ondoorgrondelijke god. Maar zo blijf je iets aanhangen wat buiten je is. Als Jezus niet staat voor een grondhouding die vlees en bloed is bij jezelf zal een messias Jezus van vlees en bloed je niet baten. Die overtuiging heeft zich bij mij vastgezet na jarenlange omgang met de bijbel. Besnuffeld en bevraagd langs vele kanten. De fakkel van hoop die Jezus uitdroeg naar een hemel-abba is bij zijn dood niet gedoofd maar overgenomen door zijn leerlingen. Wie wil kan die in eigen leven verder dragen. Het is de liefde voor elkaar waarin je je houding naar het levensgeheim uitdrukt. Die houding betaalt zichzelf uit. Je hoeft er geen buitensporige trainingen voor te volgen. Borgman stelt dat er van god uit een handreiking aan Jezus heeft plaats gevonden. Die veronderstelling is niet nodig. Dat we gedragen worden door het levensgeheim was er al vóór Jezus. Hij heeft het ont-dekt. En wie zich laat kennen door diezelfde draagkracht gaat in die lijn verder. Met of zonder instituut achter zich. Mensen die zo in het leven staan voelen zich bij elkaar thuis. In die zin vormt bekentenis tot de levenshouding van Jezus gemeenschap. Het is ontspanning geen inspanning dat je alles zelf moet doen. Je laat het besef doordringen dat je gedragen wordt door het leven zelf en het geheim wat daarachter schuilgaat. [dec2009]

 

Duivels mooi

Zo’n zestig jaar na de eerste keer dat ik opera Faust van Charles Gounods zag hoorde ik de hemels-helse muziek terug in Maaspoort Venlo (12dec2009). Net als toen met dezelfde vrouw in mijn nabijheid. Zij zag de uitvoering van de Nederlandse Opera in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen in Den Haag in 1950. En ik dezelfde opvoering in hetzelfde gebouw op dezelfde plaats in hetzelfde jaar. Nu zaten we hand in hand. Toen een traditionele versie van Gounods wijziging van de Duitse Faustlegende waaraan Goethe een eigen wending gaf. Nu een eigentijdse aankleding inclusief laptops en gay-vriendelijke scenes. De Mephisto bas vond ik vocaal en dramatisch verfijnd. De tenorrol van de jonge Faust viel mij niet mee verwend als ik was met een lyrische tenor als Frans Vroons (39jr) in 1950. Alles bij elkaar was het voor iemand die zich een avondje de oren laat strelen optimaal genot. Recensenten vielen over gebreken die ik niet opmerkte. Het gaat mij niet om de perfectie op een speldenknop maar om de emotie bij de toeschouwer. Die werd door Opera Zuid ruimschoots losgemaakt. Wervelende muziek met smekende aria’s in een religieuze samenhang wat meer suggereert dan het dorre bericht over iemand die zijn ziel aan de duivel verkoopt. Het gaat niet over anderen maar over jezelf. Ben je goed of slecht? Zo zwartwit ligt het nooit maar hoe is de verhouding? En voelt dat overeenkomstig? Als je alleen achter jezelf aanzit als het middelpunt ben je toe aan een Copernicaanse wending. De tegenstelling in Faust tussen goed en slecht is toegespitst. Gewoonlijk is het verschil diffuus. Doctor Faust kent het hellen naar een kant. Zijn projectie naar buiten schept Mephisto en Marguerite. Het zit in hem en in ieder van ons. We zoeken schoonheid en dus jeugd. Maar ook waarheid en dus de situatie zoals die is. De keus tussen goed en slecht ligt minder eenvoudig dan je oppervlakkig meent. Zonder balans geen verbinding tussen waarheid en schoonheid wat liefde opbrengt. De opera liet me iets voelen van duivels mooi en hemels waar. We voelden het aan elkaar.[dec2009]

 

Maaltijd met de heer

De maaltijd van de heer is in de katholieke traditie van het westen sterk vermaterialiseerd. De tegenwoordigheid van de heer onder symbolische gedaanten van brood en wijn is meer dan een verwijzend teken. Het is wat het aanduidt. Het woord sacrament daarvoor gereserveerd had oorspronkelijk een spirituele inhoud. Als latijnse vertaling van het griekse woord mysterie verwees het naar het onkenbare levensgeheim. Geheim was het sleutelwoord en spiritueel want het had betrekking op wat als wind ongrijpbaar om je heen is. Het met de heer aan tafel gaan was uitdrukking van verbondenheid met allen die de heer volgen. In die gemeenschap met elkaar laadden ze kracht op de mentaliteit van hun meester levend te houden. Iets anders dus dan in brood en wijn de concrete aanwezigheid van Jezus zien. Jezus in je hart is een vreemde gedachte in verband met sacrament. Zelf de gezindheid van Jezus aannemen komt overeen met wat Paulus uiteenzet aan de Filippenzen (2,4). Maar wat is dat? Dat was zelfs voor die eerste schrijvers niet eens makkelijk. Het duurde een generatie voor de evangelieberichten zoals wij ze kennen uitkristalliseerden. Er ontstond behoefte aan een handleiding om nieuwgelovigen in te wijden in de nieuwe manier van leven zoals Jezus voorstond. Marcus deed dat als eerste in de vorm van een evangelie een nieuwe literaire vorm door anderen (Matteüs Lucas en Johannes) overgenomen. Het bestaat uit een martelaarsacte met inleiding. Het Passieverhaal staat als hoogtepunt aan het eind. Verhalen over Jezus gingen daar in groepjes aan vooraf. Deze methode om nieuwelingen vertrouwd te maken met de nieuwe levenswijze schetste tegelijk een chronologisch beeld van Jezus. Dat laatste is blijven hangen en als waar gebeurd opgevat wat de schrijvers niet bedoelden. Hen was het te doen om leerlingen de omgang met elkaar in de geest van de meester bij te brengen. Daartoe kwamen ze op de eerste dag van de joodse week (de zondag) bij elkaar. Ze wisten zich samengeroepen (kerk ecclesia) door de geest van Jezus die onder hen was in wat ze elkaar verder vertelden. Epistels (brieven) van hun voorgangers circuleerden. Evangelies groeiden uit tot een vast patroon. Maar centraal stond het breken van het brood. Die maaltijd herinnerde aan de laatste maaltijd van Jezus met zijn intimi. Paulus zegt dat de heer hem heeft geïnformeerd (1Korinthiërs 11,23). Paulus heeft alles uit rechtstreekse openbaring. Maar deze oude praktijk moet hij gekend hebben al in de periode toen hij achter ze aanzat. Paulus wil los staan van de groep in Jerusalem met Jakobus aan het hoofd. Hun opvattingen vond hij te joods. Paulus dacht universeler. Maar in de praktijk van het avondmaal sluit hij zich aan bij de gewoonte van de eerste christenen. Toch heeft zijn uitleg niets op met een substantieel presentstellen van de christus. Hij begrijpt het maaltijd van de heer eten niet als het lichaam en bloed van de heer tot je nemen in de vorm van brood en wijn maar als een maaltijd die doortrokken is van de laatste levende herinnering aan Jezus. De formuletekst die Paulus overlevert is een variant van wat Marcus Matteüs en Lucas weergeven. Jezus had tijdens de Paasmaaltijd op twee momenten in het rituele eten bijzondere woorden gesproken bij het uitdelen van het brood en het doorgeven van de wijn. Die waren de apostelen bijgebleven. Uit piëteit en om de herinnering zo levend mogelijk te houden gingen ze die woorden herhalen telkens als ze bij mekaar kwamen. Dat is een spiritueel moment. Geen toverformule. Het reikt naar het levensgeheim wat Jezus zijn abba (vader) noemde. Jezus hadden ze ervaren als een echte zoon van god. In hem zagen ze het gezicht van de onnoemelijke oplichten. Dat wilden de volgelingen ook. Transparant worden zodat de bron van het leven doorbreekt naar anderen toe. [dec2009]

 

Romaanse rondingen

De bouw van het kloosterje in de buurt van Kasteel De Slangenburg als aanloop voor het grote klooster dat gepland stond in de hoofden van de jonge stichters Benedictijnen had veel voeten in de aarde. Deze principiële kwesties doen we niet dunnetjes over. Er bleven genoeg problemen over toen de schop de grond in ging. Dat was juli 1949. Nagenoeg het hele convent had zich in blauwe werktunieken gestoken en maakte het terrein bouwrijp. In de kelders van het kasteel hadden enkele handigen zich onder leiding van een meester metselaar bekwaamd in het muurtjes metselen. Daarmee kwamen ook de problemen aan de oppervlakte. Deze dertigers lieten zich niet afschepen met de tekeningen van de architect (de vader van de prior) die voorzagen in een simpel gebouwtje op te trekken door de monniken zelf. Ongeschoolde arbeiders dus. Een lijstje met veranderingen ging naar de architect. Meerdere lijstjes volgden tot de architect wanhopig uitriep: dit doe ik nooit meer! De monniken hun zin. Verwoed sloegen ze aan het metselen van boogjes tot halve koepels zoals de conga boven het orgeltje op de tribune in de kerk en de plaats voor de lezer in de refter als puist in de langgerekte achtergevel. Pater Harry van Heyster oogst lof met zijn metselen van buitenmuren (kleed-en fietsenhok en noordelijke muur). De metselpaters doen inspiratie op in het Romaanse kerkje van Angerlo waarvan de oudste resten teruggingen tot 1033. Het leidt er toe dat niet alleen de buitenstenen uit kloostermoppen zullen bestaan maar ook de binnenmuren van de kerk. Het dak van de kerk zal door vier grote bogen worden geschraagd. Een tegenvaller is dat de perfora dakelementen zelf zullen moeten gemetseld worden (anders te duur). De onderhandelingen daarover hadden een jaar geduurd. De Abt van Oosterhout Maximiliaan Mähler houdt een conferentie over kerkwijding en bouw. De monniken moeten zelf anoniem blijven. Ze vormen een onderdeel van de Eredienst. [sep2016]

 

Deze webpagina wordt begin feb apr jun aug okt dec ververst.

Oude stukjes v.a. 2004 zijn opvraagbaar abba@davidrikkers.nl