levensbeschouwelijk & persoonlijk december 2017

david rikkers

 

Kerstmis 2017

In het verleden was god er. En nog steeds schuilt hij weg in het geheim. Waar mensen zijn is het geheim er ook. Het is de schaduw die we exact zelf zijn. God buiten mensen zoeken is een doodlopend straatje. Met Kerstmis vieren we het ongrijpbare zelf. Elk kind dat geboren wordt is zo je wilt een goddelijk kind. Elk mens dat wil leven zoekt dat leven dat geheim. Dat kan van alles zijn. Meestal een stukje geluk. Als je zelf vindt dat je goed uit de verf komt. En daarmee wat tevredenheid opbouwt. En onbewust iets van het geheim laat zien aan anderen. Het onbegrijpelijke van elk mens staat niet los van het geheim waarin we bestaan. We zijn omringd door geheimzinnigheid. Als je je daarin laat gaan ben je een gelukkig mens. De verhalen van vroeger met herders schapen os en ezel kleden het aan tot een tastbaar feest. Vieren we het einde van het jaar ondanks alle ellende waarin we ook leven. Er is meer dan we opmerken.[okt2017]

 

In stof gewikkeld

Duidelijker kon het niet worden uitgedrukt. Een godezoon in doeken gewikkeld. Zo ziet een mens eruit in de christelijke zienswijze. Alles aan hem is stof. Maar verkijk je niet op hem! Hij is een godezoon. Mensen drukken het onkenbare uit in stof. Dat maakt ze ongelofelijk boeiend. Kijk je bij iemand naar binnen dan hang je boven een peilloze diepte. Je kunt er niet bij komen maar vol bewondering naar kijken. Niet de concrete gestalte van het christendom maar wat het voorstaat is van blijvende waarde. Misschien te hoog gegrepen zoals sommigen vinden. Maar zonder dat perspectief lijkt je bestaan afgetopt. We zijn gewend in ongekende diepten te staren zoals bij het heelal. De rand van de kosmos wat is dat? Mensen leren ermee leven. In die overgave aan het onbekende bereiken ze hun hoogste geluk. Kennis geeft voldoening maar toewijding voert tot geluk. Daar zijn de meesten toch naar op zoek. Al is de weg erheen niet makkelijk te vinden. Dat laat zich verklaren. Als je iets wil bereiken onderneem je wat. Als je op zoek bent naar het grote mysterie achter dit bestaan kom je daar op die manier niet achter. Geloven is niet voor niets overgave. Pas als je alles hebt losgelaten ben je klaar voor het geheim. Dat is in de dood. Voor die tijd is het behelpen met afzien. In het huidige cultuurklimaat voelt zoiets bedenkelijk. Want leven is opbouwen en afbraak gaan we tegen. Maar aan het eind van de cyclus staat de dood. Het is correct daarover na te denken. [jan2009]

 

Onbarmhartig of mededogend (Jacobus)

Het is niet uitgemaakt van wie de brief van Jacobus afkomstig is. Is het Jacobus de broer van Jeesjoea. De leider van de jonge christengemeente in Jerusalem of een later geschrift aan de apostel toegeschreven? Dat scheelt in datering zestig jaar (60 of 125)! De brief is gericht aan Joodse messiasgelovigen buiten Palestina. Die hebben het daar niet makkelijk. Jacobus steekt ze een hart onder de riem. Tegenwerking maakt je juist sterk. Daarvoor heb je wijsheid nodig die je gegeven wordt als je je daarvoor inspant. Het maakt niet uit of je wat voorstelt in de wereld of niet. Je moet je niet laten afleiden van jouw weg. Niet te snel met je antwoord komen maar zachtmoedig luisteren. Ook niet alleen maar luisteren. Het geleerde in praktijk brengen. Mededogend naar wie jou nodig hebben. Dat is echte religie die begint met het beteugelen van de tong. Doe je dat niet dan onderdruk je anderen en ben je onbarmhartig. De wereld is daar vol van maar hou de moed erin. De goede houding heeft de langste adem. In god geloven met de mond heeft geen waarde als het niet in daden wordt omgezet. Echte wijsheid zegt hij is zuiver vredelievend mild en meegaand. Als je hartstochtelijk bezig bent en je oor laat hangen naar wat gangbaar is dan mis je die wijsheid en ga je met elkaar op de vuist. Houd het geduld van Job voor ogen en de standvastigheid van Elia. Want daar komt het op aan: dat we geduldig en standvastig blijven in dit leven. [mei2010]

 

De onzienlijke tastbaar

Het verhaal van de hemelvaart van Jezus uitgebouwd tot een feestdag is daardoor als naam bekend. Waar het over gaat is minder bekend. En wat je daarmee aan moet is voor de meesten onbekend. In de Handelingen van de Apostelen (1,9-11) lees je: Toen hij dit gezegd had werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk zodat ze hem niet meer zagen. Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: ‘Galileeërs wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus die uit jullie midden in de hemel is opgenomen zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan’. Net of het echt gebeurde. Maar ze leefden niet in de trucagewereld van Mary Poppins. Wel in de beeldenwereld van de Joodse Schrift. Daarin verdwenen wel meer mensen zoals Elia Mozes en Henoch. Waarom? Deze uitzonderlijke mensen leefden zo intens verbonden met de diepste grond van zichzelf dat ze in de ogen van hun tijdgenoten niet naar de onderwereld hoefden maar werden weggeplukt naar de hemel. Voor Jezus gold dat ook ofschoon hij stierf. Maar kwam tot leven want de dood kon zijn macht over hem niet vasthouden (Handelingen 2,24). Dat is de hoop voor wie zijn voetstappen drukken. Aan de dood komt een eind omdat liefde onoverwinnelijk is. Een inzicht ontleend aan het algemeen gevoelen dat tegen liefde niets is opgewassen. Dat dit over de dood heen ook geldt is geen zekerheid maar een verwachting. En die verwachting baseert zich op de ervaring van Jezus’ volgelingen dat hij leeft. Pasen is geen Dodeherdenking maar Levenservaring. Wie historische feiten reconstrueert en daarin hard bewijs ziet voor een redivivus voegt aan het verhaal een dimensie toe. Zoals de hemelvaart lijkt de opstanding net of het echt zo gebeurde. Er gebeurde niets uitzonderlings zoals ook vandaag geen goddelijk ingrijpen wordt waargenomen. Er gebeurt iets anders. In de hoofden van wie daarvoor openstaan. Er ontstaat een opening naar boven. Jezus als baanbreker. Het verhaal fungeert als icoon voor wat we zelf moeten doen. In het eigen leven baan maken voor anderen. Zoals Jezus in zijn leven deed. Bedacht op het vooruit helpen van mensen om ons heen waardoor liefdesgemeenschap groeit. Wat de maatschappelijke betrokkenheid van de samenleving overstijgt en glans geeft. Daarin wordt de onzienlijke door ons tastbaar gemaakt. [mei2010]

 

Beeldbijstelling hoognodig

Dat mannen de baas zijn en vrouwen ondergeschikt heeft niet alleen een fysieke basis. Het godsbeeld houdt die toestand overeind. Een beeld door mensen ontworpen vanuit datzelfde onderscheid. Het joods-christelijk-islamitische beeld van god is dat van een oppermachtige alleskunner: schepper van hemel en aarde. Door de toekenning vader is god voor goed neergezet als superman. De religie sterkt zo de man in zijn misvatting dat hij om zijn fysieke kracht in alle opzichten meer is dan de vrouw. Dat laat hij gelden met een houding van geweld of uit de hoogte. Zoals de almachtige straft en genadig is. Volstrekt ongegrond omdat wij dit beeld zelf hebben opgetrokken. Het grote levensgeheim wat we god noemen is in de verouderde beeldvorming tot een karikatuur verworden. Onze inzichten over kosmos en mensdom zijn verder opgeschoten dan in de heilige boeken wordt geschetst. Gelovigen zullen wijzen op het mededogen wat in hun kringen naar voren is gekomen. Dat is correct maar met behoud van de oude beelden van goed maar rechtvaardig. En dat is nog altijd de weerspiegeling van onze verouderde opvattingen die we aan het firmament hebben geprojecteerd. Ontwikkeling van gedachten over god worden structureel tegengewerkt vanuit de instituten die juist de ontwikkeling zouden moeten aanjagen. De houding tegenover de positie van de vrouw en de seksualiteit die daarmee samenhangt is met beroep op de geloofsleer onbespreekbaar. Of de rel die in 2010 wereldwijd woedt over seksueel misbruik door leidinggevenden in de kerk daarin verandering gaat brengen zou een wonder heten. Want het priestercelibaat is heilig en de vrouw blijft zwaaien achter het dranghek naar de heilige vader. Het geheim van het leven is dat man vrouw kind samen de onzienlijke uitbeelden. Een begrijpelijke drieëenheid. [mei2010]

 

God toch vader noemen?

Wat doe je als je god vader noemt? Dan haal je het onnoemelijke levensgeheim binnen je belevingswereld. Tot aan de Verlichting in de achttiende eeuw was het makkelijker hierin beeldspraak te herkennen dan in onze tijd. Wij vatten god is onze vader op als een werkelijkheid die in de lijn ligt van ons begrip vader. Dat is onjuist en schept al drie eeuwen voor onenigheid over niets. God ontgaat ons volkomen. Hij is de onbegrijpelijke onnoembare. Hem kennen via zijn zoon die mens werd lijkt een opening maar is het niet. De mens Jezus laat god wel zien maar als mens dwz in vertaling. Hierin een fysieke openbaring van god vaststellen is niet exact. Jezus opende ons de ogen voor de realiteit dat god in mensen gestalte krijgt. Ook dat wéét je niet maar neem je aan. Dat is precies geloven. Je toevertrouwen aan een werkelijkheid die je ervaart maar niet verstandelijk doorgrondt. Daar kun je vrede mee hebben. Getuigenissen de eeuwen door onderstrepen dat. Het is daarom vruchteloos god de schuld te geven als er dingen fout lopen. Het leven gaat zoals het gaat. De verhalen over god zijn onze verhalen en hebben alleen waarde als we daarmee vooruit kunnen. Je kunt niet van gevolg naar oorzaak terug redeneren. Die oorzaak ligt op binnenkosmisch vlak. De wereld is ons niet zo goed gezind als het geloofsverhaal over een zorgzame vader voorspiegelt. Als zo’n verhaal je stoort moet je dat naast je neerleggen. Het kan je ook helpen. Als je ervaren hebt wat het is in geborgenheid op te groeien zal dat makkelijker gaan dan wanneer je liefde tekort bent gekomen. De vraag of je god niet eerder moeder moet noemen doet er niet toe. De oude cultuur die in onze religies voortleeft was gevoeliger voor de vaderfiguur. De moederfiguur ligt voor ons meer voor de hand. Het gaat om de liefde die ons laat welbevinden. Die liefde ondervind je van mensen. In hen openbaart het levensgeheim zich op verrassende wijzen. God heeft vele namen. [mei2010]

 

Tevredenheid gunt een ander ook wat

Onze maatschappij is competitief ingesteld. Wie de beste is daar lijkt het om te gaan. Dan is het overgrote deel van de mensheid verliezer wat niet waar is. De meeste mensen zijn winnaars. Niet op het wereldpodium met een uitzonderlijke prestatie maar in hun eigen leven. Het winnen in een loterij staat daar los van en trekt het beeld nog verder scheef. Aan winnen gaat een straffe inspanning vooraf. Wat je door een lot in de schoot wordt geworpen telt niet als overwinning maar als geluk hebben. Het gaat niet om wie de beste is maar of je je best doet. Dat heb je min of meer in de hand. Daar kun je aan werken en heb je de handen aan vol. Competitie gaat altijd ten koste van een ander die je wil overtreffen. De verliezer schuift niet aan bij de tafel van de winnaar. Dat doen de toejuichers. Die willen delen in de feestroes van de winnaar. Het maakt niet uit of het een individuele overwinning is of dat van een club of een partij. Het voelt alsof jezelf gewonnen hebt maar dat is nep. Een echte overwinning pakt je anders aan. Een diploma halen is anders dan een beker voor Oranje. Het eerste versterkt je zelfvertrouwen. Het tweede dompelt je in een schuimbad. Alles op zijn tijd maar aan het eerste houd je iets over. Wat je leert staat een ander niet in de weg. Sterker je kunt er een ander mee vooruit helpen. Hoe voller jouw boom des te meer er te rapen valt. Kwaliteiten zijn ongelijk verdeeld onder mensen. Dat maakt het verschil niet. Een kleine boom kan de vergelijking met een grote aan. De eigen volheid stemt tot tevredenheid en laat makkelijker overstromen naar een ander. Dit communiceren met je omgeving geeft levensvreugde. Het laat je van binnenuit de ander toelachen. Dat werkt aanstekelijk. Tevredenheid die de ander ook wat gunt zorgt voor vrede onder elkaar. [jun2010]

 

Veniet dominus

Komen zal de heer en niet treuzelen om wat in het  donker is weggestopt te laten oplichten. Zo gaat een refrein bij een psalm in de Advent de voorbereidingstijd op Kerstmis. Onlangs zong ik dit vers voor aan een ex-Benedictijn met de ziekte van Altzheimer. Woorden en noten kwamen vanzelf bovendrijven. Bijna ontstemd vroeg hij telkens of we nog meer moesten zingen. Zo kwamen ook het Adoro te en het Tantum ergo voorbij. Aan zijn meezingen proefde ik het plezier om iets te kunnen. Niet alleen het geheugen ook de ogen lieten het afweten. Zo vaak vraagt hij: kan ik iets voor je doen? Maar wat kan hij nog? Even was hij terug in het koor van zijn jeugd. Door mijn zingen werd iets in zijn brein beschenen. Daarna was het weer helemaal donker. Ook reflectie op dat moment is hem niet meer gegund. Komen zal de heer en niet treuzelen om wat in het  donker is weggestopt te laten oplichten. De komende heer van de Advent krijgt gestalte in mensen voor mensen. Geschiedenis van heil was een geliefd thema vanaf de vijftiger jaren in de vorige eeuw. De Nouvelle Théologie renoveerde het oude gebouw en schoof er een bijbels-patristisch fundament onder. Die opleving duurde kort. De cultuurbreuk stoof haar voorbij. De verwereldlijking van de samenleving ontkerkelijkte tegelijk. Je bent tegenwoordig Nederlands staatsburger. Vroeger stond daar katholiek protestant socialist liberaal vóór. De zuil kleurde gevoelsmatig je bestaan. Je persoonlijke levensopvatting springt er nu markanter uit. Losser van het bijpassende instituut gaat die vrijer om met oude inzichten. Dat de heer zal komen in de Advent is een seizoensthema dat we zelf moeten waarmaken. Niet als eenmansactie maar in het geloof dat als jij wat doet het gedragen wordt. Jouw inzet voor anderen loopt dan niet stuk in overspannenheid. Het is niet puur inspanning aangestuurd door de ratio. Ook ontspanning opgelegd door je beperking.[nov2010]

 

Licht voor de wereld

Jezus wordt in Lucas 1,78-79 afgeschilderd als een licht voor wie in duisternis zitten. Hij doet dat met in het achterhoofd voorzeggingen van Jesaja 42,6-7: Ik pak je bij de hand en maak je tot een licht voor alle volken. Voor Johannes (1,9) die later schrijft lijkt het helder: het ware licht dat elke mens verlicht kwam in de wereld. Maar die passage is ook te lezen als: het ware licht verlicht elke mens die in de wereld komt. In dat geval gaat het niet om Jezus die als een licht de wereld binnentreedt maar om iedere mens die geboren wordt en licht is voor zijn omgeving. Dat laat Johannes Jezus ook zelf zeggen: Zolang ik in de wereld ben ben ik het licht voor de wereld (Johannes 9,5). Wat voor iedereen opgaat geldt ook voor Jezus. Paulus heeft een moeilijke tekst in 2Korintiërs 4,6: Dezelfde God die sprak: Uit duisternis moet licht komen scheen in ons hart met het licht van de kennis der heerlijkheid die op het gezicht van de gezalfde was. Hierin komt naar voren dat Jezus iets van god uitstraalde wat in het hart schijnt van iedereen. Jezus is het beeld van god zoals mensen dat zijn. In hem is dat licht doorgebroken zoals dat ook gebeurde bij de Boeddha (de verlichte) en zovele andere verlichte mensen. Niet omdat ze naar intelligentie uitstaken boven het gemiddelde maar omdat ze uitblonken in heelheid. Heel is iemand uit een stuk. Die er helemaal is. Op dat moment. Dat voel je. Dat heeft heelmakende kracht. Wie zo is kun je heiland noemen een oude benaming voor Jezus. Bij zijn omgang liet hij licht schijnen in mensen die zich daardoor grondig vernieuwd voelden. Wie als Jezus of Boeddha of wie dan ook als een licht in de wereld wil zijn weet nu hoe dat moet.[nov2010]

 

Het Benedictusfeest van de eeuw (1947)

Het 15e eeuwfeest van Benedictus werd maart 1947 ook in het voorlopige onderkomen van de paters op Kasteel Slangenburg met luister gevierd. Op het Veertiguren gebed werd als bijzondere intentie aangegeven: dat monniken meer invloed mogen hebben op de wereld in deze donkere tijden. Het waren de donkere dagen van het begin van de Koude Oorlog. Boer Keurentjes bedankt de paters in een voorviering met: een eeuwfeest zullen wij wel niet meer meemaken maar over 12 ½ jaar hopen wij terug te zijn! Op het feest van Sin Jozef (19mrt) was de moeder van portier Louis Canters niet te overtuigen dat wijn niet bij monniken past en dus kwam er wijn aan tafel! Na de Boerenmis biedt boer Schut namens de boeren 100 gulden aan bgv het eeuwfeest. De eigenlijke dag (21 mrt) –en ik volg het verslag van de kroniekschrijver- begint aan de vooravond met een novene van hymnen en cantica (’s avonds na souper gezongen) wat een groots karakter draagt. Onder de Metten wordt voor het eerst de hele derde Nocturne gezongen met de vier responsoria. Tijdens de Lauden fungeerden twee cantores zoals in de Vespers. Metten en Lauden eindigen 07:00 (begonnen 04:50). In het schuilkerkje op zolder wordt sinds eeuwen weer Mis gelezen door Ton Nuy die zich ingespannen heeft het kerkje te reconstrueren.Op het bord der missen stond aangegeven: in cella Slangenburgensi post duituonarum pro fanationem demo restaurata…De tweede Mis wordt gelezen door Harry Hoppenbrouwers die zich eveneens verdienstelijk maakte bij het terugvinden van oude sporen van het kapelletje. Bijgewoond door de boeren die het in gebruik nemen zeer op prijs stellen. Vooral Schut gaat er groot op en volgens zijn zeggen ‘neemt hij het er vandaag van’ en houdt de hele dag zondag. Voor de Hoogmis arriveren o.m. Pater Moorman overste Witte Paters ’s-Heerenberg. Deze neemt plaats in de stalle van Pater Superior terwijl Pater Grollenberg OP naast Piet van den Biesen plaats neemt. Superior Kees Tholens draagt de Plechtige Hoogmis op geassisteerd door Toon Otten (diaken) en Gerard Helwig (subdiaken). Vier ad faces verhogen de luister. Op het eind van de Hoogmis komt Deken van de Loo. Na de Hoogmis wordt in de Jeanne d’Arckamer koffie aangeboden aan de gasten. Om 11:45 beginnen de Tweede Vespers van het feest met twee cantores in kovel. Ongeveer 12:40 begint het feestdiner. Aanzitten: Hoogeerwaarde A.Ramselaar, Burgemeester van Doetinchem W.Duval Slothouwer, Deken J. van der Loo, ZE Th. Moorman, Pater I Grollenberg, Dr Tholens, Mr Janssens, Mr Marijnen. Volledigheidshalve kunnen vermeld worden de dames die in de kleine spreekkamer dineren: mv Janssens, mv Marijnen, de heer en mv Goeman. Burgemeester en Pater Grollenberg verbazen zich dat het feest in stilte kon verlopen. Wim van Mierlo en Gerard Helwig bedienen de gasten. Harry van Heyster (keukenpater) de communiteit. Jaap Hendrix is als lezer gezeten tussen de twee ramen tegenover de ingang en begint met een artikel geschreven in Egmondiana getiteld Bij het eeuwfeest van Sint Benedictus. Alle tafels zijn gedekt met tafellakens die als beddelakens bedoeld zijn. Het menu houdt rekening met de vrijdag (onthoudingsdag) en begint met Hors d’oevre waarna Tomatensoep. Dan wordt er wijn geschonken (die nog ontbreekt op de tafels van de monniken). Viskroketten op grote schalen worden opgediend. Intussen nodigt de Burgemeester uit voor een eerste dronk. Dan volgt kabeljauw met aardappelen en groenten. Onderwijl houden de monniken gelijke tred met witlof terwijl de gasten erwtjes en wortelen voorgeschoteld krijgen. Daarna de gasten witlof met kaassaus geserveerd in vuurvaste schaal. Dan pudding met kersen en fruit na. Wijn geschonken aan de tafels van de monniken terwijl de gasten de derde en laatste wijnsoort appreciëren. Daarna voegen de monniken zich bij de gasten in de Jeanne d’Arckamer. Er hangt een aangename feestsfeer waartoe Mr Fr Janssens (ook wel Directeur van de Slangenburg genoemd) niet weinig bijdraagt. De dames zijn er ook bij waaronder Mv Meyerink-Van Opper die haar feestcadeau van 100 gulden komt aanbieden. Als de tafeldienaars en lezers klaar zijn gaat Superior Kees Tholens met de gasten het huis rond. De dames blijven beneden. Fr Janssens houdt zich niet in en zegt: Ik heb het huis al zo dikwijls gezien en krijg dan telkens van Pater van van Biesen te horen: daar is een lekkage en hier een gebroken ruit! Gedwee gaat hij mee als hij hoort dat daar vandaag niet over gesproken zal worden en er een tentoonstelling is ingericht op de bibliotheek: kunstnijverheid van de monniken (beelden schilderijen kazuifels en een grote collectie kaarten met beeld van de grootste kloosters). Het schuilkerkje op zolder trekt aandacht. Ondertussen roept Fr Janssens uit: Wat een festijn! Een telegram van de Universiteit Nijmegen: Auspice Benedicto monasterium et patria florescant… K. Smits Nijmegen. De Zusters Kanunikessen van het H Graf te Laag Keppel feliciteren met een cadeau: palla corporale en purificatorium. Om 15:00 vertrekt de Burgemeester zéér emthousiast over de aristocratische manieren van de monniken. Hij wil het Lof bijwonen en de toespraak van Dr . Ramselaar horen. Superior Kees Tholens viert het Lof met assistentie van Diaken Wim van Mierlo en Subdiaken Gerard Helwig. Na het zingen van het Responsorie Fuit vir houdt A. Ramselaar vanaf het altaar een panégyrique op Sint Benedictus. Als trouwe gast van de St Paulusabdij kent hij ons leven en vertolkt die op voortreffelijke wijze. De Burgemeester luistert aandachtig naar de lange rede. Het enthousiasme van de gasten vindt uiting tijdens het Adoro te. Dan wordt het Te Deum gezongen het Tantum ergo en het Te decet laus. Na het Lof wordt theegedronken in de gastenkamer terwijl de recreatie nog even verlengd wordt. De gasten vertrekken. Alleen Mr Fr Janssens met echtgenote en fam Marijnen stuiten op weigering van hun auto. Mr Marijnen heeft vanochtend goed nieuws meegebracht: Staatsbosbeheer handhaaft de oorspronkelijke koopprijs. Allen gaan enthousiast naar de Notaris. Jammer dat deze er niet is. De recreatie duurt tot 18:00. Dan zijn er de Completen. [nov2016]

 

Deze webpagina wordt begin feb apr jun aug okt dec ververst

Oude stukjes v.a. 2004 zijn opvraagbaar abba@davidrikkers.nl