levensbeschouwelijk & persoonlijk augustus 2017

david rikkers

 

Aanpassen of ontwerpen?

De tijd dat ik als Benedictijn opging in de schoonheid van de strakke Romeinse liturgie ligt ver achter me maar houdt me toch met verwondering gaande. Het sprak me mateloos aan maar stond me ook tegen. In mijn vroege jeugd al was er die tegenstelling in het afkijken van wat er in de kerk gebeurde en wat ik daarvan naar huis meebracht als ik met mijn altaartje speelde. In de abdijkerk zoog ik de nectar op maar genoot het meest op mijn cella achter de Canisiusbijbel. Het latijn van de liturgie was monumentaal uit zuidelijk hardsteen gehouwen. Het Nederlands van mijn bijbel was zacht als het hout waar mijn Germaanse voorouders voor vielen. De kerstening van onze streken ervaar ik nog altijd als een inbreuk op de eigen aard. De oorspronkelijke eiken ontworteld voor geplante kruizen. Een natuurlijk symbool vervangen door iets kunstmatigs. Niet dat ik erom zit te treuren. De historische ontwikkeling accepteer ik als zoveel in mijn eigen leven wat verloopt zoals het loopt. Maar de hobbels op mijn weg ervaar ik vaak als gekunsteld. Ik herleid ze tot de Romeinse kerk die met een strak snoeibeleid het eigene van mensen ondergeschikt maakt aan haar visie op god. Kan het goed hebben omdat ik mijn eigen weg ga dat mensen centraal stelt waarin het goddelijke zich schuilhoudt en soms openbaart. Ga voorzichtiger met ze om. Pas me wel aan en heb niet de behoefte ze met een bepaalde visie te bestoken. Het strak Romeinse is prachtig om te beschouwen. Het rommelig menselijke is anders mooi en raakt dieper. [feb2010]

 

Een engel in de nood (Daniël 3,28)

Ben nooit geboeid geweest door de verhalen in het bijbelboek Daniël. Te fantastisch van vorm en te mager van inhoud. Nu ik teruglas kon ik er ineens wel iets mee. Nebukadnezar de koning van Babel liet iedereen knielen voor een bedacht godenbeeld. Drie Joodse mannen vertikten dat en werden in een vuuroven gesmeten. Ongedeerd liepen ze daarin rond bijgestaan door een vierde figuur een engel door hun god gestuurd. De boodschap komt aan: een echte god staat je bij. Verlossing uit nood demonstreert het loskomen van jezelf om je over te geven aan het besef dat je nooit alleen staat al voelt dat vaak wel zo. Het beeldt uit wat zich psychologisch in je afspeelt. Als je het bericht letterlijk opvat verstrik je je in onmogelijkheden en ontgaat je de clou. Zie je het als uitbeelding van een geestelijk proces dan geniet je van de fantasie in het verhaal en voel je intuïtief aan waar het om gaat. Het gaat om jou en je gang door het leven. Het beeld van een engel die naar jou afdaalt in meest benarde omstandigheden vergemakkelijkt het vasthouden. Klopt dat? Dat weet je niet maar zo voelt het vaak wel. Als iemand die open staat voor het levensgeheim vraag je niet meer. Is dat de kop in het zand steken? Nee want je blijft met beide voeten op de grond maar laat je geest rondfladderen in de ruimte om je heen die groter is dan je kunt bevatten. En die ruimte heeft je geest nodig om niet naargeestig te worden van de chaos waarin we leven. Het opzoeken van ruimte voor je geest komt overeen met het oude zoeken van god. Geen afgebakende filosofische entiteit maar een ruimte waarin we rondzwemmen. We zijn in god in het grote levensgeheim. Levenskunst is het daarvan te genieten. Dan moet je het zoeken. Achter de dingen de woorden. Die engel uit Daniël is een manifestatie van onze oorsprong. Er gebeuren zoveel dingen op een dag die je even een glimp van de grotere ruimte laten opvangen. Juist als we in het nauw zitten komt zo’n engel naast je zitten en kom je er beter doorheen. Dat is verlossing loskomen van je beperkingen. En dat helpt je meermens te zijn een medemens voor anderen die daar ook mee worstelen.[mrt2010]

 

Angst tegenover overgave

Niet alle religie helpt mensen vooruit. In tegendeel veel vormen kapselen gelovigen in. Opgesloten in hun eigen engte worden ze door de groep met haar rituelen in de luwte gehouden. Wil daar niet al te negatief over doen. Ken deze manier van leven maar al te goed. Pas als je deze leefwijze ontgroeit besef je de druk waar je onderuit kruipt. De eigen nauwe cocon sluit namelijk naadloos aan op het tunnelkijken van strakke kerkleer. Het wordt ervaren als passend bij het eigene. Dat klopt maar fixeert een ontwikkelingsfase. Dat is jammer. Je ziet mensen verstarren die blijven haken in een voorbij verleden. Juist die verstarring maakt ze nodeloos hard in hun oordeel over andersdenkenden. Angst is altijd een slechte raadgever. Dat zie je individueel en op het publieke toneel. In verleden en heden. Bespelers van de publieke opinie wekken sluimerende angsten. Je mag hopen dat mensen daar niet massaal intrappen. En toch gebeurt dat onder je ogen. Een ruk naar links wordt afgestraft met een ruk naar rechts en omgekeerd. Ervaar het als levenskunst soepel vast te houden aan de eigen lijn. Soepel niet stram. Dat kan alleen als je met overgave in het leven staat. Niet vooringenomen met vaste standpunten. Wel met een richtpunt voor ogen. De joodschristelijke richting met eerbied voor mensen hang ik aan en concretiseer ik naar best vermogen. Dat is dagelijks opboksen tegen angsten die mij op het lijf gekerfd zijn. Naarmate de jaren vorderen lukt dat steeds beter. Gewenning in het goede! Rituelen ervaar ik als mooi en nuttig voor als je jong bent. Hulpmiddelen die ik niet meer nodig heb. Als ik in een liturgische dienst kom is dat om mensen in een kader van openheid mee te maken. Een gesprek over wat hen wezenlijk raakt lukt daar makkelijker. Overgave trekt mij over de angst heen. Telkens weer op zoek naar ruimte. De moeite waard. [mrt2010]

 

God

Als ik besta bestaat god ook. Dat is mijn vast besef wat ik geloof hoop en aanhang. Korter kan ik het niet opschrijven. Maar om zoiets op anderen over te brengen zal ik meer woorden uit de kast moeten trekken. God is het klimaat waarin ik adem. Het is makkelijker te zeggen wat hij niet is. God is niet iets buiten mij. Daar zou ik koude rillingen van krijgen. De bijbelse beeldvorming lijkt dat te suggereren. Als je lang genoeg de oude schrift hebt opgezogen weet je beter. Het beeld is geen letterlijke kopie. God is geen koning herder vader. Een koning een herder een vader laten een stukje god menselijk oplichten. Maar moeder en kind doen dat evengoed! Vrouwen zijn in hun talent voor overgave zelfs beter toegerust om het goddelijke uit te drukken. Op overgave komt het aan in het leven. Want we hebben het niet voor het zeggen. We worden hulpeloos geboren en zijn dat aan het eind nog. Daar tussenin genieten we beperkte vrijheid om te doen wat we willen. Die ruimte is er voor velen amper ingeklemd als ze zitten in omstandigheden die eerder aan gevangenschap doen denken. Wie voor opstand kiest krijgt een roerig leven. De meesten willen harmonisch evenwicht. Dat lukt vaak heel aardig. Maar even vaak komt er een kink in de kabel. Dan is het met de rust gedaan en moet er geknokt worden om de balansnaald terug te krijgen in het midden. Soms kan dat. Soms ook niet. In alle geval is overgave de oplossing. Je bevecht met overgave een verbetering van je leefomstandigheden. Of je geeft je over aan de omstandigheden die onverbeterlijk zijn. Overgave resulteert in een vredig gevoel van afsluiting. Je kunt verder op een ander vlak. En dat roept op de achtergrond god binnen je leven. Met god kun je ook niets. Maar met overgave transformeert hij tot ruimte in je hoofd wat weldadig is. God is niet iets voor later maar voor vandaag. De ontsnapping als omstandigheden je insnoeren. Je hoeft er je alleen maar aan over te geven. Geen capitulatie aan een vijand. Maar de beweging van de liefde naar een geliefde. [mrt2010]

 

Vertrouwd of niet?

Heb in mijn opleidingsperiode voor Benedictijner monnik geworsteld of ik god zou tutoyeren of niet. Dat was eind jaren vijftig vorige eeuw. De Bijbelse talen (Hebreeuws Grieks Aramees) kenden geen beleefdheidsvorm. In het Nederlands en het Duits werd god tot de twaalfde eeuw aangesproken met du (en niet met Gij of Sie). Niet uit oneerbiedigheid maar omdat hij boven de maatschappelijke verhoudingen stond. Mij was het vooral te doen om een gevoel van nabijheid. Naast de volstrekt andere moest god voor mij tegelijk de meest nabije zijn. Gekeerd naar het altaar tijdens het eucharistisch misgebed herinner ik me gedetailleerd hoe mijn omgang met het mysterie afraakte van de kerkelijke praktijk. Beleving van steeds dezelfde rituelen bracht ik niet meer op. Had me misselijk gegeten aan liturgie. God was een gemanipuleerde gedachte die verdacht goed aansloot bij angst. Daar wist ik van mee te praten. En dus sprong het licht niet meer op groen. Vrij mezelf zijn. Voor minder wou het niet meer. Die lijn trok ik volgende jaren moeiteloos door omdat ze binnen ontsprong. De god van buiten verloor gezicht en gezag. Zelfs in de periode toen ik een excursie maakte naar het bevindelijk christenzijn liet ik me niet dol praten door charismatici. Ik bleef mezelf en kneedde de nieuwe inzichten om tot het eigene. Dat duurde zeven jaar. Daarna brak er evenwicht door op basis van de betrekkelijkheid van ons denken. En zoals de Joden altijd al wisten: de praktijk gaat voor de leer. God was geen aanspreekpunt meer maar een besef waarin ik me opgewekt bewoog. Héél vertrouwd! [mrt2010]

 

Liefhebberij in god

Mannen en vrouwen die zich voor hun verdere leven in een klooster terugtrekken hebben roeping. Ook al ben ik daar weg ik heb de aantrekkingskracht bewaard. Dat is iets anders dan de kloosterdiscipline. De Trappistinnen van Berkel-Enschot verhuisd naar Oosterbeek ondervonden dat pijnlijk. Toen de verhuizers het oude klooster leeghaalden ontdekte de ene zuster na de ander dat ook god was ingepakt. Ze kwamen er met z’n allen achter dat god een ongrijpbare realiteit is. Dat was hij vroeger ook maar in een geheiligde entourage van donker en mysterieus hadden ze hem toen ze daar intraden met die geladen stilte vereenzelvigd. Nu die aankleding wegviel stonden ze daar alleen met zichzelf. De gemeenschap kon hen ook niet opvangen. Ze hadden er allemaal last van. Zo verhuisden ze kaal als de neten naar het nieuwe oord. Verhuizen naar de stilte gaf de documentairemaker de tv-serie mee. Nou dat viel tegen. Toen de zusters de eerste ochtend wakker werden in hun nieuwe huis gonsde het verkeer hun wereld binnen (ingeklemd tussen snelweg en spoorbaan). Het doel van hun bestaan waarvoor ze gekozen hadden leek te verdampen. Ze moesten god opnieuw ontdekken en aan wat lawaai wennen. Om in zo’n situatie verder te komen moet je van het goeie hout zijn. Ik kan erover meepraten. God ervaarde ik steeds dieper in mezelf maar half bewust. Praten (wat bidden tenslotte is) kenmerkt de omgang met god. Maar dat gebeurt zonder woorden. Je bent zelf gebed. Aanwezigheid daar draait het om. Liefhebberij in god zo zou je het kunnen noemen. Om god geven. En dat is elke dag anders. Het zit heel diep en komt maar een enkele keer bovendrijven. Zoals je je niet bewust bent van je hart je bloedsomloop je ademhaling…Doe je dat bewust wel dan zit je slecht in je vel. Een mens móet leven. Doen met hoofd en handen. Dat deden we in het klooster. Elke dag met hetzelfde groepje mensen dat je niet had uitgekozen. Want god heeft al wat hij maakte lief. Lager lag de lat niet. Zijn als god. Net zo lief. De een slaagt daar beter in dan de ander. Het is wel de norm. Niet een beetje liefhebben maar helemaal. Jezelf loslaten als levensdoel. Moeite met de ander om te gaan ook als het niet uitkomt. Gewoon doen. Liefhebberij in elkaar. Dat als opdracht zien. [sep2016]

 

Romaanse rondingen

De bouw van het kloosterje in de buurt van Kasteel De Slangenburg als aanloop voor het grote klooster dat gepland stond in de hoofden van de jonge stichters Benedictijnen had veel voeten in de aarde. Deze principiële kwesties doen we niet dunnetjes over. Er bleven genoeg problemen over toen de schop de grond in ging. Dat was juli 1949. Nagenoeg het hele convent had zich in blauwe werktunieken gestoken en maakte het terrein bouwrijp. In de kelders van het kasteel hadden enkele handigen zich onder leiding van een meester metselaar bekwaamd in het muurtjes metselen. Daarmee kwamen ook de problemen aan de oppervlakte. Deze dertigers lieten zich niet afschepen met de tekeningen van de architect (de vader van de prior) die voorzagen in een simpel gebouwtje op te trekken door de monniken zelf. Ongeschoolde arbeiders dus. Een lijstje met veranderingen ging naar de architect. Meerdere lijstjes volgden tot de architect wanhopig uitriep: dit doe ik nooit meer! De monniken hun zin. Verwoed sloegen ze aan het metselen van boogjes tot halve koepels zoals de conga boven het orgeltje op de tribune in de kerk en de plaats voor de lezer in de refter als puist in de langgerekte achtergevel. Pater Harry van Heyster oogst lof met zijn metselen van buitenmuren (kleed-en fietsenhok en noordelijke muur). De metselpaters doen inspiratie op in het Romaanse kerkje van Angerlo waarvan de oudste resten teruggingen tot 1033. Het leidt er toe dat niet alleen de buitenstenen uit kloostermoppen zullen bestaan maar ook de binnenmuren van de kerk. Het dak van de kerk zal door vier grote bogen worden geschraagd. Een tegenvaller is dat de perfora dakelementen zelf zullen moeten gemetseld worden (anders te duur). De onderhandelingen daarover hadden een jaar geduurd. De Abt van Oosterhout Maximiliaan Mähler houdt een conferentie over kerkwijding en bouw. De monniken moeten zelf anoniem blijven. Ze vormen een onderdeel van de Eredienst. [sep2016]

 

Aardappelen gooien

Deze maand (met de eerste r in zijn naam) en Maria Geboorte aan het begin en Michael de aartsengel op het einde blijft mij bij als die van het aardappelen gooien in plaats van rooien. En zo vat ik heel mijn opleidingsperiode samen: St Paul Arcen en Slangenburg Doetinchem. En de maand is september. De maand waarin de scholen weer beginnen. De nieuwe agenda’s in gebruik worden genomen. Een nieuw jaar. Zo heb ik het altijd ervaren en velen met mij. De uitbundigheid van de zomer afgelegd en de serieuze inspanning van werk en studie opgenomen. Dat begon op St Paul met een week afkicken. Aanlooplessen en dan een half weekje aardappelen rooien met alle studenten rond een immense lap land waar de trekker met daarop broeder Arnold rondjes trok en de aardappelen omwoelde. Gelukkig was het doorgaans droog en kon er doorgewerkt worden. Twee aan twee kregen we een eigen afgepast stuk toegewezen wat we per ronde schoon raapten en secuur bewaakten. We raapten snel en verzamelden de aardappelen in manden die we op een hoop storten. Des te langer kon je uitrusten. Naarmate de dag vorderde werd stro aangeleverd om de hopen af te dekken en konden we gerieflijker zitten en liggen en shaggies draaien. Tot de vijand in zicht kwam en de aardappelen je om de oren floten. Bedenk dat de Tweede wereldoorlog nog maar net voorbij was en de Russen dreigend tegen Europa aankropen. Zo vechtlustig waren we nou ook weer niet. Bij mijn weten liep het nooit uit de hand. Na die halve week in de buitenlucht werden we innerlijk klaar gestoomd door een retraite van drie dagen. De vier conferenties per dag van een gastpater (meestal een Cappucijn) waren onderhoudend en vaak geestig door de pakkende voorbeelden. In de vrije tijd las je een boek en bezocht je in stilte de kapel. Het was bezinning op je toekomst. Ik had daar geen moeite mee. Had geen duidelijk toekomstbeeld maar wel dat het in dienst zou staan van god. Daarvoor trad je in dienst van de kerk. Zo simpel lag dat toen. Het lijntje naar boven was helder. De horizontale zijlijntjes lagen wat gecompliceerder maar ik had een plooibaar karakter. Dat zou wel lukken. Ook toen ik de Mariannhillers inruilde tegen de beschouwende Benedictijnen. Bij hen lag het accent op het wezenlijke de eredienst aan god. Maria Geboorte en Michaelsdag waren feestdagen. Niet aan tafel maar in de koorbanken. Zalige ogenblikken. Niet zozeer op het moment zelf als wel in het uitkijken naar die dag en het nasmullen achteraf. Wonderlijk niemand van mijn familie begreep dat helemaal. Mijn moeder nog het sterkst. Vader dacht dat er te weinig gelachen werd. Maar nergens werd zo veel gelachen. Het was helemaal mijn weg tot mijn hormonenwinkel zijn deuren opende. Binnen een half jaar vertrok ik en tussen uittrede klooster en intrede huwelijk lag krap een jaar. Behield wat me bezielde en nu aan het staartstuk van mijn leven geniet ik van alle kleine geneugten vooral die met een diepere zin te maken hebben.[sep2013]

Deze webpagina wordt begin feb apr jun aug okt dec ververst.

Oude stukjes v.a. 2004 zijn opvraagbaar abba@davidrikkers.nl